De martelaren van Gorinchem

Wanneer:
23 januari 2020 @ 20:00
2020-01-23T20:00:00+01:00
2020-01-23T20:15:00+01:00
Waar:
De Schattelijn
Vismarktstraat 4
Geertruidenberg

In 1572 werden negentien geestelijken (17 priesters en 2 broeders), die bekend zijn geworden als de martelaren van Gorcum, opgepakt door de Watergeuzen (kapers en vrijheidsstrijders), naar Den Briel (het huidige Brielle) gevoerd, gemarteld en op brute wijze vermoord. Hun lot vormde een tragisch dieptepunt van de wreedheden tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

Spreker Roy Tepe was in 2012 gastconservator van de tentoonstelling ‘Oog in Oog met de Martelaren van Gorcum’ in het Gorcums Museum. Tevens is hij medeauteur van het boek ‘Gehangen heiligen’. Hij heeft als zelfstandig onderzoeker jarenlang studie verricht naar geschriften, kunstwerken, prenten, reliekhouders, vaandels en andere zaken rond de martelaren. Die zaken bevinden zich niet alleen in kerken, kloosters, musea en archieven in ons land, maar kunstwerken zijn ook te vinden in landen als Duitsland, Italië, Frankrijk, Polen en Engeland en zelfs in Midden- en Zuid-Amerika en op de Filipijnen.

De geschiedenis van de martelaren van Gorcum speelde zich af ten tijde van de opstand tegen Spanje. Een strijd voor onafhankelijkheid, waarbij aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog ook steeds meer verhardende religieuze stellingnamen doorheen liepen. De Beeldenstorm vond plaats in 1566, waarna Alva een jaar later de gehate Raad van Beroerten instelde, die de opstandelingen en beeldenstormers streng berechtte.

Op 1 april 1572 werd Den Briel ingenomen door de Watergeuzen onder aanvoering van luitenant Bloys van Treslong, die diende onder Willem van der Marck, heer van Lumey (1542-1578), sinds 1571 opperbevelhebber van de vloot van de Watergeuzen. Watergeuzen waren de vrijbuiters, avonturiers en piraten uit de begintijd van onze nationale onafhankelijkheidsstrijd, die vanaf de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog in dienst van Willem van Oranje opereerden. Door dit succes kreeg de opstand voet aan de grond in de Noordelijke Nederlanden. Vooral de clerus en de katholieke godsdienst vormden het mikpunt van de geuzen. Kloosters werden gesloten en in tal van plaatsen werden priesters en religieuzen vermoord. Velen van hen zochten daarom een veilig heenkomen als de geuzen in aantocht waren.

Toen de geuzenvloot op 26/27 juni Gorcum innam, werden negentien katholieke geestelijken gevangengenomen. Op 5 juli 1572 werden ze per vrachtboot naar Den Briel vervoerd, waar volgens sommige historici de beruchte en wrede geuzenleider Lumey hen opwachtte. Over zijn overlijden op 1 mei 1578 doen twee verhalen de ronde; hij zou zijn vergiftigd of zijn overleden na de beet van een hond. Wellicht weet spreker Roy Tepe de ware doodsoorzaak van Lumey.

Over de doodsoorzaak van de negentien geestelijken bestaat geen twijfel. Zij werden op 9 juli 1572 in een turfschuur in Rugge, even buiten Den Briel aan de balken opgehangen.
De turfschuur was onderdeel van een klooster dat in april van dat jaar al was geplunderd en gesloten. De dramatische gebeurtenissen van gevangenneming en foltering, honger en koude, spot en bedreigingen, twee weken lang, doen een beroep op hun geloof en geweten. Omdat de geestelijken ondanks de ontberingen trouw bleven aan het katholieke geloof werden ze ter dood veroordeeld en niet veel later opgehangen.

In 1675 werden van martelaren van Gorcum zalig verklaard en in 1867 volgde de heiligverklaring door paus Pius IX. In de 19e eeuw hebben katholieken de grond van het voormalige klooster in Brielle gekocht en er een houten kapel met een binnenplaats (het martelveld) gebouwd. Later is er een grote stenen kerk gebouwd. Op het martelveld zijn met een betonnen rand de omtrekken van de turfschuur aangegeven. In de kerk staat een reliekschrijn, een metalen kast met daarop onder meer de afbeelding van de eucharistie en het wapen van de paus, met beenderen van de martelaren van Gorcum. Nog elk jaar vindt er rond hun sterfdag 9 juli een nationale bedevaart naar deze kerk in Brielle plaats. In zijn lezing vertelt Roy Tepe, aan de hand van tal van afbeeldingen, het algemene verhaal: wie waren de martelaren en wat is hun overkomen. Ook gaat hij zonder twijfel in op de vraag waarom de martelaren in heel de wereld vereerd worden.